Brandmeldsystemen

Gepost op

Het brandmeldsysteem heeft als doel een brand vroegtijdig te detecteren. Ook in gebouwen is het belangrijk dat er brandmelders aanwezig zijn. Zo zal een automatisch brandmeldsysteem de aanwezigen in het gebouw via geluidssignalen en optische signalen laten weten, dat men het gebouw zo snel mogelijk moet verlaten. Dat kan voor een brand zijn maar ook eventueel voor andere noodgevallen. De installatie kan ook een alarmering geven aan een externe ontvanger, bijvoorbeeld brandweer en politie. Er zijn ook systemen die de verspreiding van rook en vuur beperken of eventueel zelfs eventueel proberen te voorkomen. 

Verschillende soorten melders

De ruimte bepaald welke soort melders er worden geplaatst. Er zijn meerdere types beschikbaar.

Rookmelder: een dergelijke melder zal alarm slaan na de detectie van rookdeeltjes. Zij kunnen wijzen op een beginnende brand. Het kunnen zelfstandige apparaten zijn maar ze zijn steeds vaker verbonden met een brandmeldinstallatie. Je kan gebruik maken van een optische rookmelder en een ionisatie rookmelder. Bij een optische rookmelder zijn er twee soorten, namelijk de puntmelder en de lijnmelder.

In een optische rookmelder is een fotodiode aanwezig. Wanneer er hierbij rook bij de diode komt zal het licht worden verstoord, wat wederom door de detector zal worden waargenomen. Wanneer er geen rook is, zal het licht de diode gewoon kunnen bereiken. Zodra er rookdeeltjes in de lucht aanwezig zijn, zal de hoeveelheid licht verminderen en zal de melder aanslaan.  Je hebt ook een lijnmelder. Hierbij wordt een licht over een grote afstand uitgestraald naar een reflector. Deze wordt dan teruggekaatst naar de reflector. Is het licht wat teruggekaatst niet gelijk aan het uitgezonden licht, dan kan de oorzaak daarvan bij rookontwikkeling liggen. Wanneer er bijna niets wordt ontvangen dan zal er een alarm afgaan. Ze zijn zeer geschikt voor grote hallen en gebouwen met lichtstraten. Je hebt ook nog de ionisatie rookmelders. Zij bevatten een radioactieve bron die constant alfadeeltjes uitstraalt. Deze passeren een ionisatieruimte waar twee elektroden in zijn ondergebracht. Wanneer er geen rook is zal er een stroom lopen tussen de elektroden. Met rook worden de alfadeeltjes geblokkeerd en zal de stroomkring worden onderbroken. Er zal dan een alarm aanslaan. Naast deze genoemde melders zijn er ook nog de brandgasmelder, vlammenmelder, hittemelder en een drukknopmelder. Voor een dergelijk brandmeldsysteem raad ik Novisec aan, gezien ik hier deskundig advies kreeg. Nu zal het in de praktijk vaak voorkomend dat men een combinatie van de melders gebruikt. De rookmelders worden in een ruimte tegen het plafond geplaatst. Rook is lichter dan lucht dus daar op die plaatst zal hij het best werken. 


Delen